Thuis bij de klant: het zijn zulke schatten

Riet Blom (76) ligt de hele dag in bed met chronische pijn. Wat haar ook pijn doet, zijn de negatieve berichten over de zorg. Vroeger heeft ze zelf met trots in de zorg gewerkt. Haar missie is om een positief geluid te laten horen. Met de laptop, vanuit haar bed, aan staatssecretaris van Rijn en de rest van de wereld. Marieke Braks, directeur Langdurige Zorg van Zorgkantoren Coöperatie VGZ is geraakt door de missie van Riet Blom en gaat bij haar op bezoek.

Ontroerd

In een zware periode is Riet Blom de medewerkers van Sint Anna extra gaan waarderen. “Toen ik hier kwam, gebruikte ik medicatiepleisters. De arts wilde andere medicatie proberen, maar dan moest ik eerst van de pleisters ‘afkicken’, want ze bleken verslavend te zijn.” Spottend zegt ze: “Ik lag als een junk onder drie dekens te bibberen van de kou. Ik wilde wel eten of drinken, maar dat ging gewoon niet. In die tijd waren de medewerkers zo goed voor me. Zo ontzettend goed! Ze kwamen steeds vragen wat ze voor me konden doen ‘Kunnen we wat halen? Waar heb je zin in?’ Kleine dingen. Ze konden eigenlijk niet veel voor me doen. Ik moest het gewoon uitzitten. Dat snapte ik ook wel, maar die geweldige aandacht van de medewerkers heeft me zo aangegrepen. Er lopen hier zulke schatten rond. Ik was daar helemaal door ontroerd. Toen dacht ik: daar wil ik iets mee doen.”

  


Veranderen

Riet Blom wil een tegenwicht bieden aan negatieve berichtgeving over de zorg: “Wat ik zo erg vind tegenwoordig: alles wordt breed uitgemeten in de media. Laat ze eens met positieve dingen komen! Je hoort nooit de goede dingen. Dat zou ik zo graag willen veranderen. Daarom heb ik een brief geschreven aan de staatssecretaris.” Toen Marieke Braks daarover hoorde, besloot ze bij mevrouw Blom op bezoek te gaan. “U gaat wel met uw tijd mee”, merkt Marieke Braks op, “er ligt hier een laptop en een smartphone en een uitgebreide afstandsbediening. Wat woont u hier mooi. Heel huiselijk en met een prachtig uitzicht. Voelt u zich hier thuis?” Riet Blom antwoordt bevestigend: “Ik ben zo tevreden hier. Onderschat de medewerkers niet, het zijn echt engelen.”


Speld

Riet Blom heeft zelf altijd in de zorg gewerkt, eerst als A-verpleegkundige en daarna nog elf jaar op de verkoeverkamer. “We waren zo trots op onze speld”, vertelt ze. Marieke Braks vraagt of ze die speld (die destijds elke verpleegkundige bij het diploma kreeg) nog heeft. Riet Blom wijst naar een kistje op een boekenplank en we pakken de speld erbij. “Het was een feest toen we die kregen, daar werd echt werk van gemaakt. Nu is dat niet meer. Er is veel veranderd. Ik ben wel eens bang dat mensen niet meer in de zorg willen werken. Je kunt je hart er niet meer kwijt.”

  

Trots

“De verpleegkundigen hebben minder tijd. Nu moet er soms drie keer op een dag verantwoord worden”, vertelt Riet Blom. “Ik denk: hoeveel tijd gaat dat kosten? En dan lees ik van die negatieve berichten in de media. Straks durven mensen niet eens meer te zeggen dat ze in de zorg werken. Het is zo sneu voor ze.” Marieke Braks is het met haar eens en vult aan: “Ik geloof dat een huis ook niet beter gaat werken als het zo in de media komt. Het werkt zo averechts. Je bent je alleen maar aan het verdedigen. Dat levert geen energie en inspiratie op, integendeel.” Riet Blom is stellig: “Ik durf er mijn vingers voor in het vuur te steken dat de medewerkers op een afdeling alleen maar het goede willen. Ze moeten weer positief kunnen zijn over de zorg en trots op hun diploma!”


Boos

Als ze kon, zou ze gewoon doorwerken in de zorg. “Je blijft altijd verpleegkundige. Ik heb de eed afgelegd. Maar ik zou niet willen werken met de stopwatch achter me. Toen ik nog thuis woonde, hadden ze in de thuiszorg drie minuten om mijn ontbijt te verzorgen. Ik kon geen gekookt eitje krijgen want dat paste niet in die drie minuten. Daar heb ik me boos over gemaakt. Dat heb ik destijds al eens in een brief aan de staatssecretaris geschreven. Ik heb een nette brief terug gekregen. Maar ik heb het toen fout gedaan: ik had alle kleine dingen beschreven waar ik het belachelijke van inzag en dat is verkeerd overgekomen. De staatssecretaris dacht dat ik boos was over die kleine dingen.” Ze had er juist mee willen illustreren dat het grotere geheel niet meer klopte. Ze vindt het hoog tijd om iets te veranderen. “Het zit in kleine dingen, in de eerste plaats de waardering voor de zorg”, vindt ze. Marieke Braks knikt instemmend: “Ik vind het heel fijn dat we dit gesprek hebben. Als je met elkaar praat over hoe erg het is om naar een verpleeghuis te gaan, wordt het ook niet beter. En wie wil er nou bij een organisatie werken die de hele tijd in een slecht daglicht wordt gesteld? Ik vind het mooi dat u uitspreekt hoe fijn het er ook kan zijn.”


Dankbaar

“Als je vroeger zei dat je in de zorg werkte, vonden mensen dat fijn! Dat moet terug komen”, zegt een strijdvaardige Riet Blom. Marieke Braks vraagt haar: “Ik heb een dochter van 17 die zich oriënteert op een vervolgopleiding. We hebben ook de jeugd nodig. Hoe zou je kunnen aanwakkeren dat meer mensen in de zorg gaan werken? Hoe kunnen we hen laten zien wat er prachtig is aan het werk in de zorg?” Riet Blom geeft een voorbeeld: “Ik heb op de verkoeverkamer altijd zo fijn gewerkt. Een mevrouw kwam ik later eens tegen en ze zei: ‘ik ken u, ik ken u!’ Op de verkoever was ze natuurlijk nog een beetje onder narcose, maar nu herkende ze me aan mijn stem. Ze zei: ‘ik had het heel koud en toen heeft u me een warme deken en sokken gegeven.’ Daar was die mevrouw me zo dankbaar voor. Dat is toch prachtig, die kleine dingen!” Ook heeft Riet Blom nog een advies voor medewerkers in de zorg: “Niet alleen maar lekker blijven zitten – verder kijken! Grijp je mogelijkheden aan. We moeten de goede krachten behouden.”
  


Brief

Marieke Braks vraagt naar de brief aan staatssecretaris van Rijn: “Wilt u vertellen wat u hem heeft geschreven?” Riet Blom: “Dat ik zo graag wil dat zorg en verzorging weer positief gewaardeerd wordt. Mensen worden bang van de negatieve berichten. Dat is onterecht. Ik snap dat iedereen er moeite mee heeft als het thuis niet meer gaat en ze naar een verpleeghuis moeten. Maar dat mag positiever benaderd worden. Ik ben blij dat ik de stap gezet heb. Ik had niet gedacht dat ik hier zoveel zou kunnen. Ik heb het gewoon geschreven zoals ik het nu zeg. Ik kan hier klassieke muziek luisteren, daar word ik met bed en al naar toe gereden. Ik kan elke zondag naar de kapel. Fantastisch. Er zijn zoveel fijne mensen hier. Het is veel beter dan ik had gedacht. Dat zouden de mensen moeten weten. Ik zou wel op de markt willen gaan staan roepen.” Marieke Braks vraagt haar welke reactie ze op de brief hoopt te krijgen. “Ik zou het heel fijn vinden als hij laat weten: ik begrijp het, we willen er echt met z’n allen wat aan doen”, vertelt Riet Blom en vervolgt: “We willen wel resultaten zien natuurlijk! Ik snap dat hij gebonden is aan structuren en budgetten, maar ik denk dat hij het ook anders wil. Het kost vast heel veel tijd. Maar als dat zou lukken, is mijn missie geslaagd.”

 

Hart

Marieke Braks: “Ik ben onder de indruk dat u volhoudt.”
Riet Blom: “Het is nodig. Veel kan ik niet, maar dit kan ik wel. Zolang ik er ben, heb ik een taak. Ik heb van deze situatie veel geleerd en daar ben ik dankbaar voor.”
Marieke Braks: “Ik vind het heel fijn dat ik hier mag komen om uw verhaal te horen. Kunnen we nog iets anders voor u doen?”
Riet Blom: “Nee ik zou niet weten wat. Het is goed zo. Ik vind het leuk om me uit te kunnen spreken. Ik ben gewoon eerlijk, het komt uit mijn hart.”
 
Update: Riet Blom ontving ook een brief terug van het ministerie namens de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport