In gesprek: overgewicht is onderbelicht

Ook toen een patiënte van 230 kilo zich meldde, wilde Zorggroep Elde goede zorg bieden. Dat bleek niet zo eenvoudig. Inmiddels hebben ze specifieke expertise opgebouwd met zorg voor mensen met ernstig overgewicht. Welke ambities hebben ze daarmee? En hoe werken ze samen met het zorgkantoor en bekostigen ze materiaal en mankracht? Een gesprek met Jef Mol, directeur Zorggroep Elde en Mark van Driest, Inkoper Langdurige Zorg bij Zorgkantoren Coöperatie VGZ.

  

 “In 2013 werd een mevrouw door zes brandweermannen uit haar huis gehaald en naar ons gebracht. Ze kwam op een somatisch crisisbed terecht, maar dat kon haar gewicht niet aan. De tilliften voldeden niet. Medewerkers hadden geen technieken om er op een goede manier mee om te gaan”, vertelt Jef Mol, directeur Zorg, Wonen en Behandeling bij Zorggroep Elde (links op de foto). In gesprek met Mark van Driest, zorginkoper Langdurige Zorg bij Zorgkantoren Coöperatie VGZ (rechts op de foto) vertelt hij over de opname van iemand met morbide obesitas (BMI>40). Ze bespreken hoe bij Zorggroep Elde ‘Obesicare’ is ontstaan, dat wil zeggen: de zorg voor de bewoners met obesitas in een verpleeghuis. In zorgexpertisehuis Liduina een van de locaties van Zorggroep Elde, is de ontwikkeling begonnen.

Jef: “We zochten tips en tricks, maar ontdekten dat er weinig expertise is op dit vlak. Leveranciers van hulpmiddelen in Nederland konden ons niet verder helpen.
Mark: “Heb je bijvoorbeeld voor het tillen ook buiten de zorg gekeken naar andere branches?”
Jef: “Nee, maar in Amerika is al meer ervaring met obese mensen. Daar zijn we uiteindelijk goed geadviseerd en geholpen. We hebben het snel en praktisch opgepakt. Daardoor zijn er heel veel handigheidjes ontdekt. Je moet wel goed naar medewerkers luisteren. Ga maar eens werken met iemand van 260 kilo. Als je dan geen goede hulpmiddelen hebt, zakt de motivatie snel weg. Als een medewerker zegt dat iets nodig is, faciliteren we dat. Dat kweekt goodwill. Medewerkers zijn zich echt wel bewust van het zinnig en zuinig inzetten van extra middelen. We hebben onder meer speciale tilbanden, bijvoorbeeld om een been van 80 kilo op te tillen en de onderkant te kunnen wassen. Zo kan een medewerker het toch in z’n eentje doen. Soms ontkom je er niet aan om zorg met z’n tweeën te doen, maar dat is altijd een bewuste keuze. Het geeft meer rust in een verzorgingssituatie als er één medewerker is. Voor de bewoner is dat fijner.”


Groeiend aantal mensen met overgewicht

Jef: “Wij zijn gewoon begonnen omdat we een cliënt hadden. Pas in tweede instantie realiseerden we ons welk trend erachter zit. Toen hebben we werkgroepen geformeerd. Zo ontstond een club mensen die hun schouders eronder zetten, een specialist ouderengeneeskunde, een ergotherapeut met veel passie, een stafverpleegkundige.”
Tweederde van de mensen boven de 65 heeft overgewicht. Het aantal mensen met overgewicht groeit. Dat vraagt op meer plekken in de zorg om aanpassing. In Liduina heeft 20% van de bewoners obesitas, dat wil zeggen een BMI van boven de 30. 4% heeft morbide obesitas (BMI >40). Dat is een diverse groep.
Zonde als een andere aanbieder het zelfde wiel opnieuw gaat uitvinden


Inzicht in kosten

Mark: “Je komt mensen met morbide obesitas niet op straat tegen. Het is een onzichtbare groep tot ze opeens in het nieuws kwamen.”
Jef: “We hebben veel media-aandacht gekregen met zorg voor deze doelgroep. Het sterkt ons in het idee: er is een uitdaging op dit vlak. Wij vinden dat ook deze mensen recht hebben op de beste zorg. Daarin hebben we wat meer te bieden dan andere aanbieders op dit moment. Wel maken we meer kosten. Een hoog/laag-bed is soms 7 keer zo duur als een gewoon bed. Er is meer inzet van personeel en scholing nodig.”
Mark: “Sommige spullen slijten misschien harder door zwaardere belasting? Heeft een speciaal bed ook speciaal onderhoud nodig? Tillift en tilbanden hebben natuurlijk ook een bepaalde levensduur.”
Jef: “We moeten kosten transparant en inzichtelijk maken. Je moet naar een raming: welke kosten worden gemiddeld extra gemaakt voor een bewoner met morbide obesitas. Het is fijn dat we het onderwerp met het zorgkantoor op de agenda hebben. Met hen hebben we afgesproken dat we ons behandel- en begeleidingsconcept uitwerken.”
Mark: “Wij zijn altijd op zoek naar best practices. Dit is er een voorbeeld van. We kijken waar maatwerk afspraken mogelijk zijn. Als je met een specifieke doelgroep begint die meer zorg nodig heeft, moet je goede afspraken maken die financieel aansluiten. Dat weten we. Het is geen open-eind financiering.”
Jef: “We kijken naar wat strikt noodzakelijk is in een specifieke casus. Bij wie bijvoorbeeld klein is, maar wel een hoog BMI heeft (en dus morbide obese), kunnen we mogelijk toch reguliere hulpmiddelen gebruiken. BMI zegt ook niet alles.”


Ervaring

Jef: “We hebben nu de ervaring met een aantal patiënten. Om maar wat te noemen: als iemand intramusculaire medicatie nodig heeft, een injectie in een spier, bereik je die spier niet zomaar bij iemand met obesitas. Reanimeren is moeilijker bij iemand met obesitas. Zo hebben we allerlei kennis opgedaan over de zorg voor deze doelgroep. Zoveel mogelijk van die kennis hebben we geprobeerd vast te leggen. Ook zijn we de zorg gaan uitwerken, vanuit behandelperspectief (de artsen, de fysiotherapeuten, de psycholoog, de diëtist) en voor de medewerkers die de dagelijkse zorg leveren. Onze medewerkers zijn erop getraind door een vaste samenwerkingspartner voor scholing.”


Kennis delen

Mark: “Wat we goed vinden aan Zorggroep Elde is dat ze de kennis en expertise willen delen. Wij zorgen voor maatwerkafspraken voor hulpmiddelen en tijd. Het geld komt uit de langdurige zorg. Onderdeel van deze afspraak is dat je kennis deelt. Nu wordt alles hier verzonnen, dat vraagt een extra investering. Het is een heel mooi ontwikkeltraject. Het zou zonde zijn als een andere aanbieder in een andere zorgkantoorregio het zelfde wiel opnieuw gaat uitvinden. Terwijl hier een mooi concept staat.”
Jef: “Kennis en expertise opbouwen en delen, dat zie ik ook echt als onze opdracht. De aanvragen komen nu los. Ik denk dat we dit jaar al negen werkbezoeken hebben gegeven.
Aan professionals uit het hele land hebben we een soort workshop gegeven. En wij worden uitgedaagd door kritische vragen van de bezoekers. Daar leren wij ook weer van.”
Mark: “Het programma Waardigheid en Trots is een platform om kennis te delen onder zorgaanbieders. Dat is ook een middel om te vertellen wat je goed doet.”
Jef: “Uit de VG hebben we een aanvraag voor een klant. Daar zijn we terughoudend mee omdat we geen expertise hebben op VG-gebied. We kijken wel hoe we hen kunnen helpen. Uit de ouderenzorg kregen we een aanvraag van een ergotherapeut. We kunnen een casus overnemen voor een paar weken. Medewerkers trainen. We hebben allerlei ideeën over hoe we expertise kunnen delen. Als we de consultatiefunctie willen, zouden we nog actiever de boer op kunnen gaan. Maar de tijd die je in consultatie steekt, kun je niet in je eigen bewoners steken.”
Mark: ”Ik denk dat het een voordeel is dat je met een klein team aan de slag bent. Niet direct van ‘we hebben een gat in de markt en we zetten 20 bedden neer’. Je bouwt het rustig op. Nu kun je medewerkers meenemen in het anders bejegenen van bewoners.”
Je zal elkaar moeten vinden voor deze doelgroep


Domeinoverschrijding

Mark: “Bij mijn weten is er nog geen ander verpleeghuis dat zich op deze manier bezighoudt met de ouder wordende morbide obesitaspatiënt. Ziekenhuizen zijn er al wel mee bezig. Een volgende stap kan zijn: kun je afspraken maken over een herstelverblijf voor patiënten uit het ziekenhuis?
Jef: “Met het ziekenhuis in Eindhoven, dat veel operaties voor maagverkleiningen doet, verkennen we of wij een rol bij herstelzorg kunnen spelen. En wat kunnen we doen in de thuiszorg? Mensen blijven langer thuis, mensen met morbide obesitas ook. Financiering komt dan vanuit de zorgverzekeringswet.”
Mark: “Dan heb je al de eerste domeinoverschrijdende financiering.”
Jef: “Ook bekijken we: kunnen we nog meer aan de preventieve kant doen? Is er behoefte aan een fitnessaanbod voor mensen met obese? Wat kunnen we doen voor hun welbevinden? We moeten de kennis en expertise naar de wijk brengen en de huisarts helpen.”
Mark: “Het is net wat de klant wil. Je kunt op termijn ook denken aan een klant die tijdelijk komt logeren om op te knappen. Samen met de Wmo voer je woningaanpassingen door zodat die klant weer naar huis kan. Ook dat gaat verder dan alleen het domein langdurige zorg. Je zal elkaar toch moeten vinden voor deze doelgroep.”
Jef: “Met zorg thuis kun je een eind komen. Maar als iemand heel zwaar is, heb je er onvoldoende hulpmiddelen. Dat wordt een lastig verhaal.”


Geclusterd wonen

Mark: “Ga je in de toekomst al je locaties geschikt maken voor deze doelgroep?”
Jef: ”Het gaat erom wat de mensen zelf willen. Vinden ze het prettig om met gelijkgestemden te wonen of juist niet? Wie zijn wij om te bepalen waar iemand gaat wonen? Het welbevinden staat uiteindelijk centraal.”
Mark: “Ik kan me voorstellen dat het voor een patiënt een voordeel kan zijn om op een afdeling te zijn met ‘lotgenoten’ en dat kan delen met elkaar?”
Jef: ”Morbide obese mensen zijn vaak thuis al in een geïsoleerde situatie terecht gekomen.
Nu stellen we klanten voor om bij Liduina te gaan wonen omdat daar de kennis en hulpmiddelen voorhanden zijn. Maar als een klant het wil, en het is praktisch te realiseren, kunnen we de zorg ook op andere locaties gaan bieden. Binnen onze somatische afdeling kunnen we in beginsel iedere kamer geschikt maken. De kennis is hier aanwezig. Ik vind het wel onze verantwoordelijkheid om goed duidelijk te maken wat de nadelen zijn van een anderen locatie, namelijk dat je niet alle zorg hebt die we nu hier bieden. Uiteindelijk maakt een klant zelf zijn of haar afweging, dat geldt met allerlei specifieke doelgroepen.”
Daar schrikken we keer op keer van


Zorg thuis?

Mark: “In dit geval kan een intramurale setting de kwaliteit van leven verbeteren. Het personeel is goed toegerust, er zijn hulpmiddelen. Een klant kan weer mobieler worden. Bewegen draagt ook weer bij aan welzijn.”
Jef: ”Dat is zeker waar. De cliënt waarmee Obesicare voor ons mee begon, zei: sinds ik woon bij Liduina heb ik mijn leven weer teruggekregen. Zij ervoer veel meer welbevinden en was ook heel actief als lid van de cliëntenraad. Daarmee had ze een betekenisvol leven. Uiteindelijk is ze ook 60 kilo afgevallen, maar dat was niet het doel. We zetten mensen niet op een afvalprogramma. Wij zijn geen behandelcentrum. Het welbevinden staat centraal. Wel geven we ze info over wat een verstandige keuze is, maar wie zijn wij om dat te gaan forceren? Dat kan niet en dat werkt niet. Door de media-aandacht hebben we wel gemerkt hoe de maatschappelijke meningsvorming over deze doelgroep is. ‘Geef ze maar de helft van het eten’, stond in een reactie op een artikel. Daar schrikken we keer op keer van. We moeten het niet afdoen als een gedragskeuze. Zo van: je eet gewoon te veel. Je kunt ook morbide obese worden door een lichamelijk probleem. Het is een ziekte. Mensen verdienen de beste zorg, met aandacht en vanuit compassie.”
De Obesitasvereniging geeft informatie over verschillende gradaties van overgewicht en hoe je een BMI kunt berekenen. BMI (body mass index: gewicht (in kilo’s) gedeeld door (lengte x lengte – in meters). Iemand van 80 kilo en 1,85 m. heeft een BMI van 75/1,85×1,85) = 23,4

Update:

Mark van Driest heeft inmiddels ook Cliëntenraad (CR) gesproken om te horen hoe zij vanuit hun perspectief Obesicare zien. Ook daar is men er enthousiast over. De mevrouw uit de bovengenoemde casus (de eerste klant) was een erg enthousiast lid van de CR en een ‘boegbeeld’ voor Obesicare. Dit droeg bij aan de bekendheid van en begrip voor Obesicare bij de CR en in de organisatie