In gesprek: rust en structuur

Toenemende dementieklachten én gedragsproblemen maakten dat Ans Pennings volgens de rechter niet meer thuis kon wonen. Speciaal voor mensen zoals zij opende De Waalboog in Nijmegen recent een nieuwe afdeling. Echtgenoot Mart Pennings vertelt wat dat voor zijn vrouw en hem betekent. Hij gaat in gesprek met Petra Coelen, verpleegkundige op deze afdeling.
Dagelijks komt Mart Pennings sinds begin februari naar locatie Joachim en Anna van De Waalboog, een zorgorganisatie voor ouderen met verlies van lichamelijke en/of geestelijke mogelijkheden en jong dementerende. Zijn vrouw verblijft er tijdelijk op een speciale afdeling voor dementerenden met ernstige gedragsproblematiek.

klantverhaal rust en structuur

Mart Pennings: “In 2012 werd ze angstig en paniekerig en zijn we naar de huisarts gegaan. Pas anderhalf jaar later bleek uit een MRI-scan dat ze een stil herseninfarct heeft gehad. Toen begrepen we pas waardoor de klachten zijn ontstaan. We kwamen bij Maria Mackenzie (voor geestelijke gezondheidszorg voor ouderen, onderdeel van Pro Persona) omdat de angst- en paniekaanvallen en de gedragsproblemen toenamen. Ook begon ik te vermoeden dat er meer aan de hand was, namelijk dementie. Een nieuwe geheugentest en MRI-scan bevestigde dat. In haar hersenen bleken meer beschadigingen te zitten (vasculaire dementie). Het ging hard achteruit. Ik was er de hele dag mee bezig, van opstaan tot naar bed gaan. Op een dag zat ze weer helemaal in paniek op de slaapkamer met de deur gebarricadeerd. Toen dacht ik: nu moet er echt iets gebeuren. Maar dat wilde ze niet, dus kwam het tot een gerechtelijke procedure. Al zei ze op dat moment: het gaat een stuk beter.”
Petra Coelen: “Ja, dat kan ze heel overtuigend brengen, hè?”
Mart Pennings: “Maar dat is natuurlijk niet zo. De uitspraak was dat ze gedwongen moest worden opgenomen.”


Kennis samen gebracht

Verpleegkundige Petra Coelen werkt op de Wingerd, de afdeling van De Waalboog waar een unieke combinatie van expertise is ondergebracht. Het is geen gewone verblijfsafdeling, maar specifiek voor mensen die naast dementie ook ernstige gedragsproblematiek hebben. Zij wonen tijdelijk op deze afdeling. Het is een gezamenlijk initiatief van Pro Persona, organisatie voor geestelijke gezondheidszorg en De Waalboog. De afdeling telt 24 vaste bewoners en is begin 2016 officieel geopend.
Mart Pennings: “Veel schelden. Met deuren smijten. Dat de ruiten er nog niet uitgesprongen zijn…”
Petra Coelen: “Dat doet ze hier ook.”
Mart Pennings: “En spullen van de trap afgooien. Maar ik ruimde het niet op. Dat deed ze even later zelf.”
Petra Coelen: “Want ze is heel netjes en opgeruimd.”
Mart Pennings: “En schelden! Daar reageerde ik maar niet op.”
Petra Coelen: “Dat vind ik bewonderenswaardig. Om niet die strijd aan te gaan.”
Mart Pennings: “Er tegenin gaan helpt niet, maar op een gegeven moment werd het te erg. Het doet je natuurlijk wel wat. En nu zit ze hier… Ja, het is dubbel. Je hebt er nog en toch ook niet. Thuis is er een enorme last van mijn schouders gevallen.”
Petra Coelen: “Je kon haar nog geen 5 minuten alleen laten.”
Veel schelden. Met deuren smijten.


Combinatie verblijf en ggz

Petra Coelen: “Bewoners met gedragsproblemen kunnen een reguliere verblijfsafdeling ontregelen. En zij krijgen er niet de zorg die ze nodig hebben. Die zorg is er wel in psychiatrisch ziekenhuis gedurende een tijdelijke opname, maar in een ziekenhuis kun je niet wonen. De combinatie van verblijfsafdeling en ggz bestond nog niet. Het gaat dus om tijdelijke verblijf. Het doel is mensen zo reguleren dat ze kunnen doorstromen naar een verblijfsafdeling binnen De Waalboog of daarbuiten – of in een enkel geval naar huis. Het team is opgeleid om te kunnen omgaan met mensen met ernstige gedragsproblematiek. Ook werken er nu medewerkers van Pro Persona bij ons. Zodat we in de behandeling van de cliënt gebruik kunnen maken van elkaar expertise.” 


Thuis

Mart Pennings: “Ik heb het gevoel dat ze begint te wennen.”
Petra Coelen: “Dat heeft ook even tijd nodig. Wij leren haar beter kennen en houden haar gedrag beter in de peiling. Ze heeft het hier ook al een keer ‘thuis’ genoemd toen we gingen koffie drinken. Het is mooi als we haar die veiligheid kunnen bieden.”
Mart Pennings: “Ik heb het idee dat het nu stabieler begint te worden.”
Petra Coelen: ”Ze heeft geen enkele poging gedaan om weg te gaan. Dat is goed.”
Mart Pennings: ”Ze zegt tegen mij wel eens: ik ben al lang niet meer thuis geweest. Ze heeft nog geen stampij gemaakt dat ze mee naar huis wil. Als ik na een bezoek wegga, is ze even verdrietig en dan is het over. Dat heeft ook met het geheugen te maken. Als ik vraag wat ze vanmiddag gegeten heeft, zegt ze: het was lekker. Ze weet het niet. Ja, één keer wist ze het. Frietjes.”
Petra Coelen: ”Dat was maandag.”


Rust en structuur

Petra Coelen: “Wat mensen hier nodig hebben, is duidelijkheid en structuur. Daar moeten we als team heel consequent in zijn. Op andere afdelingen kunnen mensen hun eigen weg vinden. Het is hier anders dan verpleeghuiszorg. Bij ons is zorg of ‘behandelen’: afspraken maken, grenzen aangeven en structuur bieden. Sommige medewerkers zijn weer weggegaan van deze afdeling omdat het niet hun ding is, zulke zorg voor ouderen. Ook zorgen we dat we alles weten over iemand vanaf de eerste dag dat hij of zij op de afdeling is. Bij reguliere zorg leer je iemand geleidelijk kennen.”


Dagindeling

De afdeling telt vier woonkamers. Eén daarvan is echt prikkelarm. In de tweede woonkamer zijn iets meer prikkels maar nog steeds weinig. De andere twee woonkamers gaan al wat meer richting prikkelregulering.
Petra Coelen: “’s Ochtend beginnen we rustig op de slaapkamer. Ook een prikkelarme omgeving, want ze reageert op alles wat er om haar heen gebeurt. Na wassen en aankleden krijgt mevrouw een sigaret. Dan loopt ze een beetje heen en weer en helpt ons graag in de woonkamer met de afwas of met vegen. De stemming is nog steeds goed. Eind van de ochtend wil het gedrag wel eens veranderen. We werken hier met signaleringslijsten met behulp van kleuren. In groen voelt iemand zich goed, is toegankelijk en goed te sturen. In oranje begint iemand prikkelbaarder te worden en moeilijker af te leiden. In rood is iemand bijvoorbeeld boos of laat ander gedrag zien. Als afdeling zijn we continu iemand aan het peilen: in welke kleur zit iemand, moet ik ingrijpen of het laten gebeuren? We hebben geleerd structuur te bieden en om te gaan met grensoverschrijdend gedrag. Ook mevrouw Pennings begeleiden we nu zodat ze over een paar maanden weer verder kan.”
Mensen krijgen hier duidelijkheid en structuur


Veiligheid

Mart Pennings: “Ze was altijd al een aanwezige vrouw, hè?”
Petra Coelen: “Nu is de rem er af en kan ze doorschieten. De fase met oranje is bij haar heel kort. Je moet haar echt kennen om dat te zien. Ze zit gelijk in rood.”
Mart Pennings: “Vroeger deed ze dat nooit. Ze weet zelf ook heel goed dat ze een hersenbeschadiging heeft die nooit meer over gaat.”
Petra Coelen: Ze is ook wel bewust van haar gedrag soms. ‘Ben ik weer zo druk?’, vraagt ze dan. Dan zit ze in groen.”
Mart Pennings: “Ik loop wel eens naar het restaurant hier voor koffie en een puntje appelgebak. Maar als het te druk is, wil ze dat niet. Tegen drukte en harde geluiden kan ze niet goed.”
Petra Coelen: “De een heeft er meer last van de ander, maar het hoort er wel bij. Je kunt het niet verwerken of begrijpt het niet meer.”
Mart Pennings: “Zwemmen vind ze hartstikke leuk.”
Petra Coelen: “We hebben ook creatieve therapie en groepsgym. Maar deze bewoners wil je niet van de afdeling afhalen – dat geeft allemaal prikkels en onrust. We bieden zoveel mogelijk therapieën op de afdeling zelf om zoveel mogelijk veiligheid te geven in de periode dat bewoners hier zijn.”