Wel thuis

Mevrouw van Buren-de Groot heeft Alzheimer. Toch woont ze thuis. Ze krijgt er alle verpleeghuiszorg die ze nodig heeft. Dat kan dankzij de nieuwe aanpak van WelThuis. Verpleegkundige Stefanie Romijn vertelt erover, thuis bij haar klant Ank van Buren. Rob Gruntjes, zorginkoper van Zorgkantoren Coöperatie VGZ, luistert mee.

Lief

In plaats van dat ze in een verpleeghuis is opgenomen, krijgt ze zware zorg thuis. Zowel in de ochtend, middag en avond komt er iemand bij haar. Van Buren vertelt: “Stefanie komt iedere dag. ’s Morgens word ik gewassen. Dan gaat ze weer weg. Tussen de middag komen ze mijn brood klaar maken.” Romijn vult aan: “Er komt nu een kant-en-klare maaltijd. We eten met haar mee. Ik neem gewoon mijn eigen eten mee. We doen samen de afwas. Als het mooi weer is doen we een rondje buiten. Je bent onderdeel van een gezin.” Ze geeft aan dat zij en haar collega’s nauw samenwerken en een hechte band met de klant hebben. “We zijn een klein team, dat houden we ook klein. Zodat mensen een vertrouwd gezicht zien”, zegt Romijn. “Ik kan ’s avonds nog even een half uur komen. We zetten een bakje koffie, ik doe de steunkousen uit, smeer wat plekjes in. We zijn wel eens samen naar de supermarkt gelopen om paaseitjes te kopen. Het hoeft maar klein te zijn, toch?” Van Buren waardeert de zorg: “Ze zijn allemaal lief voor me.”
 

Wel thuis 1  Wel thuis 2

Visboer

Ook brengen ze haar naar de fysiotherapeut die een soort seniorengym geeft. “Terug gaat ze zelf. De fysio zorgt dat ze aangekleed de deur uit gaat. Ze komt dan langs een marktje. Die houden in de gaten of mevrouw langskomt.” Romijn en haar collega’s hebben het netwerk rondom Ank van Buren ingezet. “De visboer en in de supermarkt weten ze wie zij is. Ze helpen met de boodschappen, die worden op rekening gedaan. Ze heeft haar eigen wereldje hier. Als je haar daar uit haalt, ga je verder in het proces van de ziekte. Als je toch al geen grip op je leven hebt en je wordt extern geplaatst, kan dat de achteruitgang versnellen.”

Voorbeeld

Gruntjes wijst andere zorgaanbieders er graag op als ergens een vernieuwend initiatief van de grond komt. “In elke regio heb je pioniers en overal net weer wat anders. Het mooie van onze positie als zorgkantoor: we komen bij veel instellingen en kunnen lijntjes leggen tussen zorgaanbieders. Dan hoop je dat goede ideeën als een olievlek door Nederland gaan.” Al denkt hij niet dat het zomaar één op één over te nemen is. “Kopiëren is niet het goede woord. Je moet het als organisatie echt willen en er klaar voor zijn.” Romijn onderschrijft dat: “Het is niet zo dat we hier een blauwdruk schrijven die je daarna in een andere provincie zo kunt uitrollen. Processen kun je wel overnemen, maar het blijft ook maatwerk.” Gruntjes voegt er aan toe: “Als zorgkantoor hebben wij geen voorkeur voor verpleeghuis of thuis. Het is mooi dat iemand die keuze kán maken. Over een paar jaar is het misschien standaard. Zover is het nog niet. Als zorgkantoor willen we het mogelijk maken dat mensen langer thuis wonen. Dus toen WelThuis tijdens de inkoopronde met dit ontwikkelplan kwam, hebben we meteen gezegd: hier gaan we in mee.”

 

wel thuis 4  Wel thuis 3


Pilot

“Wat ik mooi vind aan deze aanpak, is dat het echt een alternatief is voor opname,” zegt Rob Gruntjes, Zorginkoper voor regio Waardenland en Midden Holland. “Jullie maken het mogelijk voor iemand om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Maar dat is best lastig om te regelen. Je moet denken aan verzorging, medicatie, de 24uurs nabijheid, mantelzorgers.” In juni 2015 is WelThuis begonnen met deze dienstverlening in pilotvorm. Romijn: “Mijn directeur (Vivian Broekx – red) had een oma met een duidelijke wens om thuis te blijven wonen. Dat was niet mogelijk op dat moment. Het inspireerde haar om te kijken naar mogelijkheden om wél langer thuis te kunnen blijven wonen.” De belangstelling groeit snel. “Nu hebben we 33 cliënten. We hadden de groei niet zo snel verwacht.” Het is mooi dat de keuze er is.

 

Veilig

Gruntjes zegt: “Het is mooi als je iets te kiezen hebt. Denk je dat deze zorg een verpleeghuis zou kunnen vervangen?” Romijn nuanceert dat: “Als deze vorm van zorg groot gaat worden, kun je mensen uit het verpleeghuis houden. Dat denk ik echt. Maar het kan niet voor iedereen, er zijn grenzen. Bijvoorbeeld voor mensen met dwaalgedrag moet je te allen tijden veiligheid kunnen bieden.” Ze vertelt dat veiligheid voortdurende aandacht heeft. “Dat doe je samen met familie. Met mantelzorgers samen kun je veel doen. Het is maatwerk. En de wens moet er gewoon zijn. Er zijn ook mensen die zeggen: ik zit hier de hele dag alleen thuis, laat me maar opnemen. Ik denk wel dat steeds meer mensen eigen privacy belangrijk vinden. Vroeger werden mensen oud en gingen naar een verpleeghuis. Dat is niet meer zo.” Romijn vertelt dat ze onlangs bij een grote bijeenkomst was met alle huisartsen in de regio en casemanagers. “Daar hoorde ik alleen maar lovende reacties. Dit is de markt, zeggen ze. Iedereen kent wel iemand voor wie onze zorg ook zou passen. Wat ik wel merk, is dat de wijkteams nog een beetje moeite hebben met ons. En dat snap ik. Ik denk dat je ons niet als concurrentie hoeft te zien maar als aanvulling. Dat kan ik makkelijk zeggen, maar het is wel zo denk ik.” Samenwerking met andere partijen is een kwestie van wennen, erkent Romijn. “We hebben zelf ook een behandelteam dat ingezet kan worden. De huisarts moet misschien wennen dat wij de regie op een andere manier voeren. Ze zijn nog hun weg aan het vinden, maar ze staan er achter.”