Altijd voor anderen gezorgd

Na een leven in het klooster, wonen zuster Godefriede (95) en zuster Maria Antonia (86) nu in woonzorgcentrum Sint Anna in Boxmeer. Ze hebben altijd klaar gestaan voor anderen, nu wordt er voor hen gezorgd. Hoe ziet hun leven er nu uit? En wat vonden ze ervan dat een team van Zorgkantoren Coöperatie VGZ een uitstapje voor de zusters organiseerde naar de St. Jan in Den Bosch, voor hen een betekenisvolle plek?

Oudere man
Meer verhalen lezen?
Hoe ervaren anderen de zorg en hoe past dat binnen het leven dat zij leiden? Lees de interviews en bekijk de video's waarin klanten aan het woord zijn.

In het klooster

‘Laatst vroeg mijn nichtje: waarom bent u in het klooster gegaan?’ zegt zuster Godefriede. Ze vertelt dat ze als meisje van zeventien twee jaar lang bij de zusters in Sevenum zat om alles te leren over het huishouden. ‘Misschien heb ik toen al bedacht dat ik het klooster in wilde. Niemand heeft me aangespoord, ik ben uit mezelf gegaan en ben er altijd blij mee geweest.’ Zuster Maria Antonia was achttien toen ze aan haar ouders vroeg of ze het klooster in mocht. ‘Mijn vader vond mij te jong en zei: nee, ga eerst maar kijken wat er in de wereld te koop is. Dat heb ik gedaan.’ Ze vertelt dat ze eerst nog een vriendje had. ‘Op een dag zijn we langs het klooster gelopen en heb ik hem gezegd: hier wil ik graag naar toe. Die goeie jongen heeft nog gewacht tot ik de eeuwige gelofte had afgelegd. Hij dacht zeker dat ik wel terug zou komen, maar ik had mijn roeping. Op mijn 21e ben ik ingetreden.’ Beide zusters hebben in verschillende kloosters gezeten die deel uitmaakten van hun congregatie, De Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid uit Steyl (Noord Limburg). Deze congregatie is 175 jaar geleden opgericht in een tijd waarin goede scholen, ziekenhuizen en zorg voor ouderen en mensen met een beperking nog niet vanzelfsprekendheid was voor iedereen. Die zorg namen de zusters op zich.  

 

Wie zorgt er voor ons?

‘Leken hebben kinderen die voor ze zorgen, wij niet’, zegt zuster Maria Antonia. De zusters hebben geen gezin en familie woont verder weg. De zorg die ze zelf nu nodig hebben, krijgen ze in Sint Anna in Boxmeer, een woonzorgcentrum voor religieuzen. Zuster Godefriede vertelt: ‘Toen ik hier naar toe moest, was ik heel boos. Ik had zo’n fijne flat en kon alles nog zelf doen, maar ik merkte dat het niet meer ging. Nu ben ik blij dat ik hier ben’. Over de medewerkers zegt ze: ‘Ze zijn allemaal even lief, echt waar’. De omgeving valt haar soms wel eens zwaar: ‘Met zuster Antonia kan ik nog praten, dat kan niet meer met alle zusters hier. Iemand heeft Alzheimer, een ander is half verlamd. Als ik met de lunch tussen hen in zit, vind ik dat niet altijd prettig.’ Zelf heeft ze een pacemaker, loopt alleen nog met een rollator, maar staat nog altijd vroeg op. ‘Om kwart over zeven komen ze me helpen met aankleden. Koffie zetten doe ik zelf op mijn eigen kamer. Ik probeer nog alles te doen wat ik kan, al is dat niet zoveel meer.’ Ze heeft een indicatie voor Wlz en ontvangt Zorg in Natura. 

 

VGZ Zusters in Boxmeer

Zuster Maria Antonia woont sinds 2014 in Sint Anna Boxmeer. ‘Mijn ene arm was helemaal verlamd en bij de andere arm waren de pezen afgescheurd, dus daar kon ik niks mee. In de vijf jaar dat ik hier woon, gaat het veel beter met me.’ Ze kan weer veel doen met haar handen en schildert graag. Alleen moet ze tijdelijk rust houden vanwege een operatie aan haar schouder. ‘Ik hoop dat de arm snel weer goed is, want dat niks doen is niet voor mij bedoeld, echt niet’, zegt ze lachend. Ze vindt het heerlijk om in Sint Anna te wonen. In het verleden heeft ze er al een tijd gewerkt. ‘Dus ik was heel snel gewend’, zegt ze.

Samen leven

De zusters vertellen dat inmiddels veel bewoners van kloosters waar zij gezeten hebben, zijn overleden. Vanuit hun congregatie zijn ze nog met een relatief grote groep. ‘Van onze congregatie wonen hier nog tien zusters.’ De zusters zijn gewend om samen te leven, dat hebben ze altijd gedaan in het klooster. Daarom is het belangrijk voor hen om samen te kunnen zijn. Hun zorg is geregeld vanuit de congregatie.
‘En als we dood gaan hebben we hier nog een heilige mis, een afscheidsdienst’, vertelt zuster Godefriede. ‘Dan worden we naar Tegelen gebracht. Daar hebben we een aparte hoek van het kerkhof zal ik maar zeggen, waar al veel zusters van ons liggen. Daar komen we weer bij elkaar.’ 
Zuster Maria Antonia: ’Ik vind het fijn om te weten dat we daar begraven worden.’
Zuster Godefriede knikt instemmend.
Zuster Maria Antonia: ‘Dat is onze laatste plek, hè.’ 
Zuster Godefriede: ‘Alleen hoe lang nog…’
Zuster Maria Antonia: ‘Wie van ons zal de laatste zijn?’
Zuster Godefriede: ‘… dat weten we niet.’

  

(lees verder onder de foto)

VGZ Zusters in Boxmeer

Uitstapje voor de zusters naar de St. Jan in Den Bosch

Een team van Zorgkantoren Coöperatie VGZ heeft een uitstapje voor de zusters in Sint Anna in Boxmeer verzorgd naar de St. Jan in Den Bosch. ‘Dat is een basiliek’, vertelt zuster Godefriede. ‘Er gaan heel veel mensen naar toe, het is een soort bedevaartsoord’, vult zuster Maria Antonia aan. Beiden zijn ze vol lof over hoe ze werden opgehaald, door een gids werden rondgeleid in de St. Jan en daarna nog Bossche bollen gingen eten. Elke zuster werd persoonlijk begeleid door iemand uit het VGZ-team, dat vonden ze geweldig. ‘Met mijn begeleider heb ik veel over het klooster gepraat, daar was ze heel geïnteresseerd in’, vertelt zuster Maria Antonia. ‘Het was zo gezellig en ze hadden alles zo goed voorbereid’, vult zuster Godefriede aan. ‘Er stond een chique bus klaar en daar werd ik via een lift met rolstoel en al in getild.’
Zuster Maria Antonia: ‘Het waren fijne mensen.’
Zuster Godefriede: ‘Maar die Bossche Bol… Zoveel slagroom!’
Zuster Maria Antonia: ‘Ja, als er geen slagroom inzit, is het niks.’
Zuster Godefriede: ‘Ik heb hem opgegeten hoor.’
Zuster Maria Antonia lachend: ‘Als ze eraan denkt, voelt ze ‘m nog.’
Zuster Godefriede: ‘Nu hoef ik geen Bossche Bol meer.’
Zuster Maria Antonia:  ‘Nou, ik vind ze wel lekker.’

 

(lees verder onder de foto)

VGZ Zusters in Boxmeer

Tevreden

Wat zouden de zusters graag verbeterd zien in de zorg? In hun reactie klinkt veel tevredenheid door. Zuster Godefriede: ‘Dat zou ik niet kunnen zeggen. Ja, soms als ik een medewerker nodig heb, zijn ze wel eens met een ander bezig. Dan moet ik mijn geduld bewaren, maar daar kunnen ze niks aan doen. Ik ben heel tevreden.’
Zuster Maria Antonia: ‘Ik ben ook heel tevreden, maar ik zou wel willen dat er één of twee personen meer op de afdeling zijn. Ze rennen zich een ongeluk. Ze moeten zoveel doen en halen het niet in de tijd. Wat ze allemaal moeten opschrijven in de computer! Ja, dat merken we, want het gaat van onze tijd af.’
Zuster Godefriede: ‘Daardoor weten ze wel alles van je. Dat hebben ze opgeschreven en doorgegeven aan elkaar.’
Zuster Maria Antonia: ‘‘s Avonds hoef ik niets te vertellen Ja, de samenwerking gaat tamelijk goed. En ze doen hun best.’
Zuster Godefriede: ‘Alleen sommige medewerkers mogen geen pilletjes geven of niet je ogen zalven. Ik lag wel eens te wachten op de medewerker die het wel mag. Dan lig je daar maar… Dat vond ik geen manier van doen.’
Zuster Maria Antonia: ‘We kunnen het wel zeggen, maar die mensen hebben geen papieren om het te mogen doen.’ 
Zuster Godefriede: ‘Jawel, nadat ik het heb doorgegeven, hebben ze dat wel veranderd hoor.’ 
Ze vertellen dat er bij Sint Anna van alles verandert voor mantelzorgers en bewoners. Dat vraagt wel wat aanpassing van de zusters, maar in hun algemene oordeel zijn ze heel positief. ‘Wij zitten hier heel fijn’, zegt zuster Maria Antonia nog maar eens een keer en zuster Godefriede knikt instemmend.