Dit moeten we toch zelf kunnen regelen?

De moeder van Martijn Vos kon vanwege Alzheimer niet meer zelfstandig blijven wonen. Ze kreeg een indicatie voor langdurige zorg en kwam op de wachtlijst voor een verpleeghuis. Om de juiste zorg te blijven krijgen (nu niet langer in Wmo, maar Wlz) en op de goede wachtlijst te komen, was meer nodig dan hij had verwacht. Het zorgkantoor van VGZ kon hem goed informeren over de mogelijkheden.

Oudere man
Meer verhalen lezen?
Hoe ervaren anderen de zorg en hoe past dat binnen het leven dat zij leiden? Lees de interviews en bekijk de video's waarin klanten aan het woord zijn.

‘Hoe lang mijn moeder al Alzheimer heeft, weten we niet precies’, vertelt Martijn Vos. ‘We merkten wel dat er soms rare dingen gebeurden, maar mijn vader ving dat op. Ze waren een goed team. Na zijn overlijden in 2014 werd duidelijker hoe het met onze moeder ging. Ze vergat dingen en wist bijvoorbeeld soms opeens niet meer hoe ze koffie moest zetten.’ In een onderzoek werd een duidelijke diagnose gesteld: Alzheimer. ‘Een geriater heeft haar onderzocht. Ze moest tests doen en er zijn hersenscans gemaakt. Ik heb die scans gezien, je zag gewoon gaten in het brein. Voor haarzelf was de diagnose een schok. Voor ons was het een bevestiging. We zagen al dat er iets was, maar dan weet je nog niet wat.’ 

Niet meer veilig

Mevrouw Vos woonde zelfstandig in een appartement. ‘Zij heeft een vorm van Alzheimer waarvan zij heel passief wordt. Ze zit in een stoel, kijkt tv, weet niet meer of ze wel of niet gegeten heeft.’ Martijn Vos vertelt dat ze thuis hulp kreeg op verschillende momenten van de dag. In juni 2018 moesten hij en zijn broer en zussen concluderen dat zelfstandig wonen voor hun moeder niet meer verantwoord was. ‘Als ze naar de wc moest, drukte ze op haar alarmknop. Of ze ging wel zelf naar de wc en viel halverwege. Soms kon ze niet meer overeind komen. Mijn zussen woonden allebei in de buurt en werden als eerste gebeld. Als zij niet konden, was er altijd iemand van de thuiszorg die erheen kon, maar het was niet fijn zo.’

Wachtlijst

Om op de wachtlijst van een verpleeghuis te komen, was een indicatie voor langdurige zorg nodig. ‘De huisarts en de praktijkondersteuner, met wie we goed contact hadden, waren het ermee eens dat mijn moeder niet langer thuis kon blijven wonen. Samen hebben we de aanvraag ingevuld’, vertelt Martijn Vos. Binnen twee à drie weken kregen zij de indicatie van het CIZ: Zorgzwaartepakket 6 (ZZP6). Hun moeder stond op de wachtlijst voor het verpleeghuis van hun voorkeur. Het leek soepel te gaan, maar onverwacht stuitten zij op problemen. 

Van Wmo naar Wlz

Tot dan toe werd de zorg die mevrouw Vos thuis kreeg, betaald via de gemeente uit de Wmo. Echter wie een indicatie voor langdurige zorg krijgt en op de wachtlijst komt voor een verpleeghuis, valt vanaf dat moment onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Ook al woont iemand nog thuis in afwachting van een plek in een verpleeghuis en is verder niets veranderd in de situatie: de zorg wordt nu betaald uit de Wlz. ‘De hulp en ondersteuning werd eerst betaald uit het ene potje. Maar nu de betaling uit een ander potje moest komen, lukte het opeens niet meer’, vat Martijn Vos het samen. ‘De zorg ging gelukkig wel gewoon door, maar de overeenkomst voor huishoudelijke hulp was door de overgang van Wmo naar Wlz niet goed geregeld. Uiteindelijk heeft mijn moeder zes tot acht weken zonder hulp in de huishouding gezeten. We hebben het zelf gedaan en iemand ingeschakeld en zelf maar betaald.’

Moeilijk gemaakt

Ze kregen met meerdere instanties te maken. Martijn Vos laat een stapel aantekeningen zien van alle gesprekken. Het was vooral lastig om goed te kunnen bepalen wie waarvoor verantwoordelijk was, vertelt hij. ‘Ik dacht: ik ben geen domme jongen. Dit moeten we toch zelf wel kunnen regelen?’ Uiteindelijk zocht hij hulp bij een klantadviseur langdurige zorg bij het zorgkantoor. Voor hem was dat een collega aangezien hij IT-medewerker is bij Coöperatie VGZ. Iedereen kan rechtstreeks een afspraak maken met zo’n klantadviseur van Zorgkantoren VGZ Coöperatie. Martijn Vos raadt het iedereen aan om zo’n gesprek aan te vragen. ‘Misschien heb ik het onderschat. Tegelijk denk ik: hoe moeilijk is het allemaal? Door de overgang van Wmo naar Wlz werd het ingewikkeld.’ Medewerkers van alle instanties waarmee hij te maken had, probeerden hem te helpen maar liepen ook tegen van alles aan. ‘Daar had ik nog wel begrip voor. Wat ik niet begreep was: wie heeft het toch zo onnodig moeilijk gemaakt?’ zegt Martijn Vos. ‘Ik denk dat er niet echt een duidelijk antwoord op die vraag is. Het is langzaam zo gegroeid, met aanpassing op aanpassing, dat is het probleem.’  

 

(lees verder onder de foto)

Wie is verantwoordelijk?

Uiteindelijk heeft Martijn Vos veel duidelijkheid gekregen in het gesprek met de klantadviseur langdurige zorg. ‘Zo werd bijvoorbeeld duidelijk dat voor toiletbezoek van mijn moeder de zorgaanbieder verantwoordelijk is. Niet wij.’ Toen hij dat wist, heeft hij met de zorgaanbieder gesproken en duidelijke afspraken kunnen maken. ‘Ze weten het wel, maar het gaat niet vanzelf. Het is niet-planbare zorg: je weet natuurlijk nooit wanneer ze naar de wc moet en dat maakt het lastig. Overal gaat wel eens iets mis, maar we hebben fijne gesprekken gehad met de organisatie die de verzorging regelde. Daarna verbeterde de zorg.’ 

Je hebt wachtlijsten en wachtlijsten

Hun moeder stond al een aantal maanden op de wachtlijst voor het verpleeghuis van hun voorkeur. ‘Door toeval kwam mijn zus erachter dat er verschillende soorten wachtlijsten zijn. Je hebt een passieve wachtlijst, daar kom je standaard op. Onze moeder ook. Dan kan het wel even duren voor er plaats voor je is. Daarnaast is er een actieve wachtlijst als er sprake is van urgentie en dan kan iemand eerder geplaatst worden. Verder is er ook nog een crisislijst voor wie zo snel mogelijk ergens geplaatst moet worden, maar dan kun je in elk  verpleeghuis terecht komen, overal waar op dat moment direct plaats is’, legt Martijn Vos uit. 

Actieve wachtlijst

Van een crisissituatie was gelukkig geen sprake, maar wel van enige urgentie. ‘Wie er wel en niet op een actieve wachtlijst mag komen, daar zijn ook weer regeltjes voor. Dan moet de huisarts het niet meer verantwoord vinden dat ze nog thuis woont. Ook wordt de zorgverlener geraadpleegd over of de afgesproken hoeveelheid zorg nog wel voldoende is’, zegt Martijn Vos. ‘Actieve en passieve wachtlijst, je weet gewoon niet dat het bestaat.’ Al snel bleek dat hun moeder op de actieve wachtlijst geplaatst kon worden toen zij er werk van maakten.


ZZP6: meer zorg

Martijn Vos leerde uit het gesprek met de klantadviseur langdurige zorg ook dat zijn moeder zolang ze thuis woonde in afwachting van een plek in verpleeghuis recht heeft op 150% zorg. Dit vanwege haar ZZP6- indicatie. ‘Ik dacht: dat is mooi. Daar heb ik de zorgverlener ook mee geconfronteerd, want zij zou dus meer zorg moeten krijgen dan het geval was. Misschien omdat er te weinig personeel, ze wisten het in elk geval nog niet.’ Ook nu bracht een goed gesprek met de zorgverlener direct verbetering. ‘Op zich is iedereen welwillend en meedenkend en lief, maar we moesten er wel zelf achter aan.’ Uiteindelijk was er dankzij de plaatsing op de actieve wachtlijst snel een kamer voor mevrouw Vos bij het verpleeghuis van haar voorkeur. ‘Ze wordt heel lief behandeld door het personeel, ze heeft een ruime kamer met uitzicht. Wij zijn er heel blij mee.’
 

Stel het adviesgesprek niet te lang uit

‘In het hele proces van de zorgaanvraag denk je elke keer: nu gaat het goed te komen, maar dan valt het toch tegen. Dat is frustrerend en kost veel energie. Mijn zussen zijn er enorm veel mee bezig geweest. Zij woonden dichtbij mijn moeder en voelden zich ook enorm verantwoordelijk. Onze moeder zorgde vroeger voor ons, nu zorgen wij graag voor haar. Maar daarnaast gaat alles gaat door op het werk en thuis. mijn zussen merkten dat ze snel geïrriteerd raakten. Het sluipt er langzaam in: je krijgt een kort lontje.’ Martijn Vos raadt daarom aan een adviesgesprek met het zorgkantoor niet te lang uit te stellen als je een indicatie voor langdurige zorg hebt. ‘Dan weet je hoe de regels in elkaar zitten. Je staat steviger in je schoenen in gesprekken met instanties en de zorgverlener, je weet waar de verantwoordelijkheid ligt en wat je kunt vragen. Dan krijg je meer voor elkaar.’
X
Om u zo goed mogelijk te helpen gebruikt vgz-zorgkantoren.nl cookies. Lees meer over ons cookiebeleid.
Nee, ik ga niet akkoord
Ja, ik ga akkoord