Toen ik een paar dingen vertelde, keken ze echt verbaasd

Na een turbulent leven is Cor van Veen (54) in rustiger vaarwater terechtgekomen, nu hij sinds elf jaar bij zorgorganisatie ’s Heeren Loo in een groep woont. Vroeger was hij actief in de Cliëntenraad. Nu neemt hij deel aan de interne projectgroep ‘Samen werken aan kwaliteit van zorg’. Wat zou hij graag willen verbeteren? 

Oudere man
Meer verhalen lezen?
Hoe ervaren anderen de zorg en hoe past dat binnen het leven dat zij leiden? Lees de interviews en bekijk de video's waarin klanten aan het woord zijn.

Cor van Veen heeft spasticiteit en een lichte verstandelijke beperking (LVB). ‘Tot mijn zestiende heb ik op krukken kunnen lopen, daarna gingen mijn spieren moeilijk doen’, vertelt hij. ‘Toen ben ik in een rolstoel terecht gekomen. Ik kan nog wel een beetje staan, maar dat gaat de ene keer gemakkelijker dan de andere, da’s een kwestie van hoe ik in mijn vel zit.’

Uit de penarie

Zijn zorg valt onder Zorg in Natura (ZIN). Cor heeft een bewindvoerder bij ’s Heeren Loo. ‘Ik weet niet precies hoe het zit, maar ik ben allang blij dat het allemaal geregeld wordt door mijn bewindvoerder. Dan hoef ik het niet in de gaten te houden.’ Hij vertelt dat het een tijd terug slecht met hem ging. ‘Ik gaf teveel geld uit en ben in de problemen gekomen. Eerst had ik een andere bewindvoerder maar die ging er met mijn geld vandoor.’ Cor kan er nu enigszins om lachen. ‘Ik heb wat meegemaakt, schei uit. Ik was ook verslaafd aan de alcohol. Toen zat ik echt in de penarie. Ik wil het niet meer meemaken, geloof me. Nu gaat het veel beter met me.’ 

Stemmen

Cor vertelt dat de zorg veel voor hem betekent: ‘Een paar jaar geleden had ik stemmen in mijn hoofd. Ik werkte drie dagen in de week op het station van Anna Paulowna. Die stemmen zeiden: weet je wat jij doet, ga jij maar voor de trein springen’, vertelt Cor. ‘Dan zat ik buiten te roken en kwam er net een trein aan. Ik wilde niet echt springen, maar je weet op dat moment niet wat er kan gebeuren. Dan zat ik met mijn handen op mijn oren en de tranen liepen over mijn wangen. Op zo’n moment is het belangrijk dat er begeleiding is. Ik ben blij dat die stemmen nu helemaal weg zijn. Ik werd helemaal gek.’ Sinds hij bij ’s Heeren Loo woont in een groep gaat het goed met hem. ‘Het is belangrijk dat je iemand hebt die op je let. Als ik slecht in mijn vel zit, dan trekken ze me uit het dal.’

 
Cor

Zoveel mogelijk zelf doen

‘Ze zijn er altijd voor je, echt waar. Je kunt alles vragen wat je wilt’, zegt Cor, ‘maar ik heb geen zin om ergens als kasplantje achter de geraniums te hangen. Ik probeer zoveel mogelijk zelf te doen. Als het niet lukt, kan ik altijd nog hulp vragen. Ik ben wel blij dat ze er zijn.’ Hij erkent dat het soms moeilijk is om hulp te moeten vragen. Ook zou hij graag in een zelfstandig appartement willen wonen waar hij hulp krijgt. Nu woont Cor in een groep met  meerdere bewoners. Daarover zegt hij: ‘Je hebt die mensen niet zelf uitgekozen dus je moet ermee dealen. Dat is heel simpel. Zij kunnen er ook niks aan doen, maar voor mezelf zou ik graag een appartementje willen. Hier hoor je alles. Als er een begint te schelden of te schreeuwen, daar kan ik slecht mee dealen. Het moet, het kan niet anders, maar ik zou liever wat voor mezelf willen hebben met hulp. Kijk, het is echt niet slecht nu. Ik kan het inrichten zoals ik wil en de leiding doet er alles aan om het me hier naar de zin te maken. Maar geef mij maar een eigen plekkie, waar ik mijn eigen sleutel in de deur kan stoppen en waar iemand moet aanbellen als-ie binnen wil komen, dat soort dingen. Dat zou ik willen.’


(lees verder onder de foto) 

Cor

Samen werken aan kwaliteit van zorg

In de regio Noordwest Nederland van ’s Heeren Loo is de interne projectgroep ‘Samen werken aan kwaliteit van zorg’ in het leven geroepen (zie kader onderaan). Cor van Veen neemt er als cliënt aan deel. Sinds augustus is hij bij een aantal bijeenkomsten geweest. ‘Dan zitten we bij elkaar met teammanagers, mensen van allerlei afdelingen en instanties en soms de regiodirecteur. Er is ook iemand van de Verwantenraad en een begeleidster van de dagbesteding’, vertelt hij. ‘We bespreken van alles: hoe kun je in een team beter werken, wat levert het op voor cliënten, wat doe je met zorgplannen. Ik vind het interessant en prettig om mee te praten, omdat ik mijn ideeën kwijt kan. Soms zit ik ook gewoon een middag alleen maar te luisteren. Niet dat ik steeds in een discussie vlieg. Je moet weten wanneer je dat wel kunt doen en wanneer niet.’

Waardevol

Cor wil zich graag inzetten voor kwaliteitsverbetering. ‘Deze organisatie draait om cliënten. Als cliënten niet meepraten, kun je doen wat je wilt, maar dan weet je nog niks. Mijn buurman zei altijd: praat niet over me, maar praat met me. Dat soort dingen. Als ze me nodig hebben en ik vind dat ik er een bijdrage aan kan leveren, wil ik dat doen.’ Cor heeft jarenlang in de Cliëntenraad gezeten, maar daarmee is hij gestopt. ‘In die tijd had ik het idee dat we alleen zaten te praten, maar het leverde niks op. Dan denk ik: ja doei. Nu is het misschien anders in de Cliëntenraad, ik ben er al een jaar of zeven uit, daar kan ik niet over oordelen.’ In elk geval is hij enthousiast over het programma ‘Samen werken aan kwaliteit van zorg’. ‘We kijken hoe de zorg of begeleiding nog beter kan, dat vind ik waarde hebben. Ik hoop dat er iets mee gedaan wordt.’

Tijd beter benutten?

Cor vertelt enthousiast dat er ook twee medewerkers van Zorgkantoren Coöperatie VGZ bij een bijeenkomst zaten. ‘Toen ik een paar dingen vertelde, keken ze heel verbaasd. Dat vond ik wel leuk. Ik gaf aan dat het personeel bij ons veel achter de computer zit om verslagen te maken, dus ik vroeg aan een man van VGZ wat ze met die verslagen doen. Hij zei dat ze daar steekproefsgewijs naar kijken en verder niks. Dus ik vroeg: vind je het niet zonde van hun tijd dat er eigenlijk heel weinig mee gebeurt? Kijk, dat je afspraken op een computer moet maken, dat is wat anders. Maar als een half uur achter een computer zit voor een verslag waar niets mee gedaan wordt, dat is zonde van de tijd. Later hoorde ik dat die man  van VGZ ook aan anderen had gevraagd of het personeel echt zoveel tijd achter de computer zat. Die hadden gezegd: ja dat klopt. Ik moet zeggen, ik werd echt serieus genomen door VGZ, dat vond ik leuk om te merken.'

 

Gewoon een gesprek over dagelijkse dingen

Als medewerkers meer tijd hebben, wat is dan volgens Cor een goede besteding? ‘Vroeger kon je nog wel eens tegen de leiding zeggen: kom we gaan naar de stad. Dan betaalde je bijvoorbeeld IB-uren en dan gingen ze mee om een bakje koffie te doen of een ijsje te halen. Daar is geen tijd meer voor. Het kan gewoon niet meer omdat andere cliënten zorg nodig hebben. Het is nu meer op verzorging gericht. Meer verzorging, minder tijd. Dat vind ik jammer. Je spreekt de begeleiders nog wel, tuurlijk. Over waar ze je mee kunnen helpen, wat ze voor je kunnen doen. Maar als je even rustig zit, kom je tot een ander gesprek, meer over de dagelijkse dingen die in het leven spelen. Dat zou ik wel willen. Kijk, ik ben niet geïsoleerd, ik ga zelf wel leuke dingen doen. Ik ga elke vrijdag naar een stamkroegje. Maar ik zeg het ook voor de andere mensen. Ik denk ook mee voor andere cliënten die niet zo goed kunnen verwoorden wat ik godzijdank wel kan.’ 

(lees verder onder de foto)

Cor

Samen werken aan kwaliteit

Miriam Steegers, beleidsmedewerker bij ’s Heeren Loo, heeft de interne projectgroep ‘Samen werken aan kwaliteit’ in de regio Noordwest Nederland opgezet. ‘Wanneer doe je het goede? Het is belangrijk om dat samen vast te kunnen stellen, met oog voor het belang van de cliënten én van de medewerkers én van de organisatie. De projectgroep is een prettige manier om inzichten en perspectieven te delen’, vertelt zij. De projectgroep bestaat uit twee cliënten, verwanten en diverse medewerkers, een manager, een gedragswetenschapper, een beleidsmedewerker en een HRM-medewerker. ‘We komen elke maand bij elkaar en werken aan kwaliteitsthema’s. Door samen aan tafel te zitten is er ook sneller draagvlak voor een aanpak.’ Miriam Steegers vertelt dat zij teamreflecties, zoals genoemd in het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg 2017-2022, wilde vormgeven in een driehoek cliënten-verwanten-medewerkers. ‘Als organisatie en als medewerkers probeer je altijd het goede te doen, maar soms vergeet je weleens iets en blijkt dat een cliënt er toch weer anders tegen aan kijkt. Ik ben heel blij met de inbreng van alle leden van de projectgroep.’ Ze geeft aan dat welzijn van cliënten en de zorg verbetert door inspraak en zeggenschap en voegt eraan toe: ‘Er is ruimte voor samenspraak en dus ook voor tegenspraak. Dat geeft een completer beeld van wat het goede is.’